Registratieregels
Wat moet worden geregistreerd?
In de dagelijkse praktijk zal de internist bij het registreren van de zorg niet veel merken van de overgang naar DOT. Het zorgtype, de typerende diagnose en de zorgactiviteiten (voorheen verrichtingen) moeten in DOT worden geregistreerd. Nieuw is dat de afsluitreden van het subtraject moet worden vastgelegd. De behandel-as hoeft u in DOT niet meer te registreren, tenzij hier lokaal andere regels over zijn afgesproken. In de bijlage treft u de nieuwe lijst met zorgactiviteiten en de DBC-typeringslijst aan.
Registratieregels
Bij de introductie van DOT per 1 januari 2012 veranderen de registratieregels. Bij de DOT registratieregels zijn vooral de openings- en sluitingscriteria eenduidiger geformuleerd. In de onderstaande twee tabellen worden in het kort de openingsregels van een zorgtraject en de algemene afsluitregels van een subtraject weergegeven. De volledige registratieregels en de toelichting zijn als bijlage opgenomen.
Openen Zorgtraject | |
ZT 11 en 21 | Bij een nieuwe zorgvraag:
|
ZT 13 | Bij een intercollegiaal consult (ICC) voor een patiënt die klinisch is opgenomen. |
ZT 41 | Bij een ondersteuning (Overig product) op verzoek van de 1e lijn. |
ZT 51 en 52 |
|
Algemene Afsluitregels | ||
ZT 11 en 21 | Klinisch subtraject |
|
| Niet-klinisch subtraject met operatieve ingreep |
|
| Niet-klinisch subtraject met conservatieve behandeling |
|
| Alle subtrajecten |
|
ZT 13 |
| Bij het afsluiten van het bijbehorende zorgtraject |
ZT 41 |
| Bij het afsluiten van het bijbehorende zorgtraject |
ZT 51 en 52 |
|
|
Uitzonderingen op de afsluitregels voor interne geneeskunde
- Sluitregels voor medicinale oncologische behandelingen (aan een nadere toelichting wordt nog gewerkt).
- Hemodialyse.
- In tempi behandeling bij stamceltransplantatie en transplantatiezorg.
- Enkele endoscopische zorgactiviteiten.
In de algemene registratieregels en de specialisme specifieke toelichting voor interne geneeskunde staan de uitzonderingen op de algemene afsluitregels.
Parallelle zorgtrajecten: Een parallel zorgtraject bij eenzelfde specialisme mag alleen worden geopend wanneer er sprake is van een andere, nieuwe zorgvraag dan waar de patiënt voor wordt behandeld. Daarbij geldt beide zorgtrajecten gevuld moet worden met eigen zorgactiviteiten en de combinatie van de (typerende) diagnoses van beide trajecten niet voorkomen in de Diagnosecombinatietabel (zie bijlage). Bij parallelle klinische zorgtrajecten kan slechts één klinisch zorgproduct gedeclareerd worden, het andere traject resulteert in een ambulant zorgproduct.
Add-ons: Dit zijn declarabele zorgproducten die additioneel bij het zorgproduct declarabel worden gedeclareerd. Het betreft IC-dagen en IC-toeslagen en de toediening van dure- en weesgeneesmiddelen.
DBC's die in 2011 geopend zijn en doorlopen in 2012
Met ingang van 1 januari 2012 doet zich gedurende een jaar de situatie voor dat er ook nog DBC's doorlopen die in 2011 zijn geopend. Voor deze zogenaamde overloop-DBC's gelden de instructies per specialisme (zie bijlage) en de tabellen van de oude DBC-systematiek. Voor zorgvragen waarvoor met ingang van 1 januari 2012 subtrajecten worden geopend, gelden de registratieregels en tabellen met een ingangsdatum van 1 januari 2012.


RSS-feed