Nederlandse Internisten Vereniging
 

Vraag en antwoord

CATEGORIEËN

In de volgende categorieën kunt u antwoorden vinden op vragen die aan het NIV bureau gesteld zijn:

- registratie zorgactiviteiten
- honorariumtarieven
- ondersteunerhonorarium
- palliatieve zorg voor niet-oncologische zorg
- overig


GESTELDE VRAGEN 

Registratie zorgactiviteiten - vragen

  • Wanneer kunnen de zorgactiviteiten 10905 en 10906 reiskosten worden geregistreerd?

    Voor hulp verleend door de medisch specialist op een ander adres dan een praktijkadres van de medisch specialist (bijvoorbeeld aan huis van een patiënt of in een instelling waar de medisch specialist niet regulier werkzaam is) kan de medisch specialist de gemaakte reiskosten in rekening brengen. Voor de reiskosten geldt een bedrag per kilometer volgens het Reisbesluit binnenland (€ 0,28 per kilometer) (code010905), plus maximaal € 27,35 per half uur voor de reistijd (code010906) met een dagmaximum van € 448.

  • Welke zorgactiviteiten moeten bij chemotherapie in de hematologie worden geregistreerd, want er zijn alleen maar zorgactiviteiten voor chemotherapie bij niet-gemetastaseerde ziekte of gemetastaseerde ziekte?

    Bij chemotherapie in de hematologie zal de gemetastaseerde zorgactiviteit geregistreerd moeten worden. Dus de zorgactiviteit: 039142 Intraveneuze of intrathecale verstrekking chemotherapie bij gemetastaseerde tumoren.

  • Wanneer kunnen de zorgactiviteiten 039146 en 039896 worden geregistreerd?

    Behandeling van het immuunsysteem kan gericht zijn op het versterken van het immuunsysteem of op het ondermijnen van het immuunsysteem (immunosuppressie, bijvoorbeeld Prednison). In beide gevallen wordt de behandeling vastgelegd met de zorgactiviteiten 039146 “Verstrekking immunotherapie via infuus of injectie” of 039896 “Begeleiding van patiënten tijdens de behandeling met immunotherapie”. Voor een verstrekking van immunotherapie per infuus of injectie wordt alleen zorgactiviteitcode 039146 geregistreerd en niet aanvullend een zorgactiviteit (039896) voor de begeleiding. De zorgactiviteit voor begeleiding van patiënten wordt geregistreerd bij patiënten die immunotherapie ontvangen anders dan per infuus of per injectie. Deze zorgactiviteit voor de begeleiding mag alleen worden geregistreerd wanneer er sprake is van een face-to-face contact tussen patiënt en medisch specialist. Een face-to-face contact in deze situatie blijkt uit de aanwezigheid van een zorgactiviteit uit zorgprofielklasse 1, 2, 3 of 19. Per subtraject waarbinnen behandeld wordt met immunotherapie  (anders dan verstrekking per infuus of injectie) is het voldoende de begeleidingscode eenmaal vast te leggen. Er kan ook voor gekozen worden om bij elk contact in het kader van de begeleiding bij immunotherapie, begeleidingscode te registreren. Het aantal begeleidingscodes bij immunotherapie is niet van invloed op de zwaarte van het zorgproduct (zie voor de begeleiding op oncologische indicatie de Toelichting op de uitzondering op de Registratieregels voor Medicinale oncologische behandeling). Nb. Voor immunotherapie op oncologische indicatie betreft het alle middelen met een geregistreerd anti-tumor effect, die niet onder de categorie chemotherapie/hormonale therapie vallen. Desensibilisatiekuur wordt vastgelegd met zorgactiviteit 039602.

  • Als een patiënt zowel orale als intraveneuze chemotherapie krijgt, moet er dan zowel een verrichting voor orale chemotherapie als een aparte verrichting voor intraveneuze chemotherapie worden ingevoerd?

    Een voorbeeld is CAPOX, een veelgebruikt schema bij darmkanker. Hierbij krijgt de patiënt eens per 3 weken een infuus op de dagbehandeling, en daarnaast gebruikt hij in de eerste twee weken van de kuur orale chemotherapie.
    Nee, orale chemotherapie hoeft niet te worden geregistreerd. Wanneer binnen één subtraject zowel medicinale oncologische behandeling per infuus of per injectie als orale medicinale behandeling plaatsvindt gelden de sluitregels voor medicinale oncologische behandeling per infuus of per injectie.

  • Welke zorgactiviteitcode moet voor de continue glucose monitoring (CGM) worden gebruikt?

    Continue Glucosemeting (CGM ) wordt toegepast in de thuissituatie bij diabetes type I patiënten en wordt onder voorwaarden als verzekerde zorg beschouwd. Tot voor kort waren er 2 codes: 039575 = begeleiding van patiënten met continue glucosemeting en 190351 = device voor real-time continue glucosemeting. De begeleidingscode 039575 is vanaf 1 mei 2012 vervallen, omdat feitelijk alle zorg die in het kader van de device plaatsvindt opgenomen is in de code voor de device zelf. Door het registreren van de code 190351 binnen de internistische diabeteszorgproducten ontstaat inzicht over hoeveel patiënten gebruik maken van deze monitoring, waarop nadere uitwerking van de afspraken tussen verzekeraars en aanbieders mogelijk is (in het kader van het B segment). Voor de situatie van 3x24 uur is ZA 039641 'Continue glucosesensor meting, gedurende 3 dagen, diagnostisch' het best passend.

  • Wanneer kan de zorgactiviteit “multidisciplinair overleg” (190005) worden geregistreerd?

    Onder multidisciplinair overleg (MDO) wordt hierbij verstaan een multidisciplinaire bespreking waarbij van iedere patiënt systematisch de diagnostiek en het behandelplan wordt besproken en vastgelegd. De zorgactiviteit MDO mag alleen geregistreerd worden wanneer minimaal 2 medisch specialisten van verschillende disciplines aanwezig zijn. Het is dus niet toegestaan om een MDO te registreren wanneer bijvoorbeeld een chirurg overlegt met een medisch psycholoog of een ander ondersteunend beroep (niet zijnde medisch specialist). Wanneer een MDO plaatsvindt tussen een chirurg, een KNO-arts en een internist, dan wordt 3 maal de verrichting MDO vastgelegd. De MDO-verrichtingen worden geregistreerd binnen de DBC van de zorgvraag die tijdens het MDO ter sprake komt. Dus als het gaat om de chirurgische zorgvraag wordt 3 maal het MDO vastgelegd binnen de DBC van de chirurg. Aanvrager van de drie MDO’s is de chirurg en uitvoerders zijn respectievelijk chirurg, KNO-arts en internist. Ook al hebben de KNO-arts en de internist hun eigen DBC, de MDO’s worden altijd binnen 1 DBC geregistreerd.

  • Wanneer mag de zorgactiviteit “multidisciplinair consult” (190010) worden geregistreerd? 

    Alleen de hoofdbehandelaar registreert een consult en daarnaast de 190010 (registratie is vergelijkbaar met de SEH verrichtingen 190015 en 190016). Het gaat er om dat in de DBC van de hoofdbehandelaar wordt aangegeven dat het om een multidisciplinaire behandeling gaat. Het is niet een registratiecode die de inzet van elk specialisme weergeeft. Dus ook hier wordt niet een DBC voor elke aanwezig specialisme geregistreerd. Deze zorgactiviteit mag aanvullend worden geregistreerd wanneer een arts een consult doet in een multidisciplinaire setting, dus in actieve aanwezigheid van artsen van (een) ander(e) specialisme(n) en de patiënt. De codes 190005 en 190010 verschillen van elkaar in het feit dat bij code 190010 er inderdaad daadwerkelijk face-to-face contact moet plaatsvinden tussen de specialist en de patiënt terwijl dit bij code 190005 (MDO) niet noodzakelijk is.

  • Hoe vaak kan de zorgactiviteit “medebehandeling” (190017) worden geregistreerd?

    De zorgactiviteit medebehandeling mag zo vaak geregistreerd worden als is uitgevoerd. Dus als de internist vaker tijdens de klinische opname langskomt, mag hij voor elk bezoek een ZA 190017 registreren.

  • Hoe dienen de registratieregels met betrekking tot de ICC en medebehandeling geïnterpreteerd te worden?

    Voor het openen van een zorgtraject is het van belang te weten wat de precieze situatie is:

    1)  Inzet door de internist bij een onbekende patiënt die klinisch is opgenomen voor een ander specialisme:

    • Als er sprake is van een intercollegiaal consult (ICC) wordt een ICC zorg/subtraject geopend (zie document Registratieregels voor de open- en sluitregels van ICC zorg/subtrajectenzorgtype 13). Voor elk consult wordt zorgactiviteit 190009 (Klinisch intercollegiaal consult) vastgelegd.
    • Als er sprake is van medebehandeling wordt een zorgtraject met subtraject met zorgtype 11 geopend. Binnen dit zorgtraject wordt per klinisch contact de zorgactiviteit 190017 (Medebehandeling) vastgelegd
    • Als een intercollegiaal consult, tijdens een opname van een patiënt, overgaat in medebehandeling wordt het ICC zorg/subtraject omgezetin een regulier zorgtraject met subtraject met zorgtype 11. Binnen dit subtraject zal eerst één of meerdere zorgactiviteiten 190009 worden vastgelegd en vanaf het moment dat er overgegaan wordt op medebehandeling één of meerdere zorgactiviteiten 190017.

    2)  Inzet door de internist bij een bekende patiënt die klinisch is opgenomen voor een ander specialisme:

    • Als er sprake is van een intercollegiaal consult (ICC) wordt een ICC zorg/subtraject geopend naast het reeds lopende zorgtraject, op deze manier wordt de extra inzet van de internist tijdens de klinische periode van een ander specialisme vergoed. Binnen dit subtraject wordt per consult zorgactiviteit 190009 (voor het ICC vastgelegd)
    • Als er sprake is van medebehandeling voor een bekende zorgvraag wordt bij aanvang van de medebehandeling een ICC zorg/subtraject geopend naast het reeds lopende zorgtraject, op deze manier wordt de extra inzet van de internist tijdens de klinische periode van een ander specialisme vergoed. Binnen dit subtraject wordt eenmalig zorgactiviteit 190009 (voor het ICC) vastgelegd. Zorgactiviteit 190017 (voor de volgende consulten vanwege de medebehandeling) en eventuele andere zorgactiviteiten worden gekoppeld aan het reeds lopende zorgtraject.
    • Als er sprake is van medebehandeling voor een andere/nieuwe zorgvraag wordt (mits voldaan wordt aan de regels voor het openen van parallelle zorgtrajecten) een zorgtraject met subtraject met zorgtype 11 geopend naast het reeds lopende zorgtraject. Binnen dit zorgtraject wordt zorgactiviteit 190017 vastgelegd.

  • Mogen de bezoeken van de patiënt aan een diabetesverpleegkundige als polikliniekbezoek worden geregistreerd?

    Conform de wet- en regelgeving (beleidsregel BR/CU-2045 prestaties en tarieven medisch specialistische zorg) mag alleen een polikliniekbezoek worden geregistreerd als er een face-to-face contact is met de medisch specialist. Het is een economisch delict indien een polikliniekbezoek wordt geregistreerd zonder face-to-face contact met een medisch specialist. De NZa heeft in het kader van taakherschikking wel geadviseerd om de verplichting tot een face-to-face contact met een specialist te vervangen door een face-to-face contact met iedere BIG-geregistreerde zorgverlener.

Honorariumtarieven - vragen

  • Waarom zijn de honorariumtarieven voor een intercollegiaal consult (ICC)  voor elk specialisme anders,  terwijl de inspanning bij deze omschrijving gelijk is?

    Voor elk specialisme is een apart zorgproduct in de ICC-boom (990003). Alle wetenschappelijke verenigingen hebben normtijd aan de ICC-zorgproducten gegeven. Op basis van deze normtijd en de minuutprijs van de wetenschappelijke vereniging is het tarief door DBC-Onderhoud berekend. De NIV vindt het niet wenselijk dat de tarieven van deze zorgproducten zo uiteen lopen en heeft hiertegen juridisch bezwaar gemaakt.

  • Hoe kan het dat bij het uitvoeren van 24-uursbloeddrukmeting bij hypertensie het honorariumtarief lager wordt?

    Het is inderdaad zo dat in de boom hypertensie het product "diagnostisch zwaar/therapeutisch licht" niet goed is genormeerd. Dit is een fout in de normtijden en er zal per 1 januari 2013 een aanpassing plaatsvinden.

  • Hoe kan het dat zodra ik diagnostiek uitvoer of laat uitvoeren de honorariumtarieven soms lager zijn dan zorgproducten zonder diagnostiek in dezelfde zorgproductgroep?

    In de huidige boom vallen zorgproducten met een diagnostische zorgactiviteit in “diagnostisch zwaar/therapeutisch licht”, ongeacht het aantal keren polikliniekbezoek. Doordat de NIV op profielen heeft genormeerd is het tarief van het diagnostische zorgproduct lager dan de tarieven van onderliggende knooppunten.  De NIV heeft juridisch bezwaar gemaakt tegen de opbouw van de boom, waarbij met name naar de ziekenhuiskostenkant is gekeken.

Ondersteunerhonorarium - vragen

  • Zijn er verschillen in de maximum ondersteunerhonorarium B-segment voor de scopieën tussen interne geneeskunde en de MDL?

    Bij een vergelijking van de ondersteunerhonoraria zien wij dat de meeste maximumtarieven gelijk zijn voor Interne en MDL.In de lijst met ondersteunerhonoraria zijn nog een aantal scopieën die kleine verschillen tonen. Dit zijn de scopie van het sigmoid (034690), endoscopische retrograde (pancreatico-) cholangioscopie (ERCP) (034694) en het endoscopisch plaatsen stent in tractus digestivus (034696)? Dit punt is in de lopende juridische procedure over de tarieven 2012 ook meegenomen.

  • Waarom staat in de tabel bij de “Toelichting op de lijst ondersteunerhonorarium B-segment” van DBC-Onderhoud dat internisten de therapeutische endoscopie van oesofagus, maag of duodenum (034394) en de diagnostische endoscopie van oesofagus, maag en/of duodenum (034620) niet mag declareren?

    Deze tabel is onjuist en wordt zo spoedig mogelijk door DBC-onderhoud gerectificeerd.

  • Vallen bijvoorbeeld de verrichtingen percutane botboring (038407) en de  24-uurs bloeddrukmeting (039848) onder de algemene behandeling en daarmee onder het poorterhonorarium, of worden deze verrichtingen toch als ondersteunend beschouwd maar is er geen honorarium component aan verbonden?

    Deze verrichtingen zitten in het poorthonorarium verwerkt en niet in het ondersteunershonorarium.

Palliatieve zorg voor niet-oncologische zorg - vragen

  • Wat is de stand van zaken voor de palliatieve zorg in DOT?

    In samenwerking met de Nederlandse Federatie van Universitaire Medische Centra en de kenniscentra palliatieve zorg zijn zes zorgproducten palliatieve zorg ontwikkeld.  Het betreft 5 ambulante en 1 klinisch zorgproduct.  Deze producten zijn vanwege het ontbreken  van data grotendeels gebaseerd op expert opinion. De palliatieve zorg is in een aparte boom (990040) opgenomen en kan via diagnosecode 050 worden geregistreerd. Daarnaast moet in ieder geval de ZA 190006 “overleg palliatieve zorg” worden geregistreerd.

  • Wanneer mag de zorgactiviteit “overleg palliatieve zorg” (190006) worden geregistreerd?

    Onderstaande uitleg is van toepassing op de palliatieve boom en dus alleen van toepassing op ziekenhuiszorg door een ziekenhuis met een eigen palliatief team. De ZA wordt vastgelegd als het palliatieve team t.b.v. de palliatieve zorg overlegt. Het team bestaat uit twee of meer medisch specialisten. De ZA wordt vastgelegd in combinatie met een specifieke diagnose.  De zorgactiviteit is voor medisch specialistisch overleg met betrekking tot palliatieve zorg bedoeld. Het is dus niet de bedoeling dat verpleegkundigen deze zorgactiviteit gaan registreren.

Overig - vragen

  • Wat is de inhoud van DBC 133 chronische zorg bij mult. cv risicofactoren?

    De diagnose 133 betreft cardiovasculair risicomanagement en landt in boom 099699. In deze boom is de diagnose ook een beslisregel.

  • In hoeverre wordt een CAPD gerelateerde peritonitis beschouwd als complicatie van de dialysebehandeling waarmee de behandeling hiervan binnen de lopende (dialyse) valt of is dit een zelfstandige zorgvraag en een parallelle DBC gerechtvaardigd?

    De NfN beschouwt dit als een complicatie gerelateerd aan de dialyse behandeling.

  • Hoe is het geregeld met de financiering van de follow-up van de niertransplantatie patiënten?

    In het algemeen komen zij 1 x per jaar in een academisch ziekenhuis en voor de overige controles in het “perifere” centrum: daar vinden de kosten en de policontroles en eventueel opnames plaats. Ten gevolge van een beleidsregel van de NZa kan in het perifere centrum geen DOT niertransplantatie meer worden geopend. Dit knelpunt is door de NfNen NIV gesignaleerd en wij hebben dit punt ook meegenomen in ons juridisch bezwaar.

  • Wat is de stand van zaken m.b.t. E-health in het DBC-systeem?

    In ziekenhuizen wordt steeds meer gebruikgemaakt van E-health. Om E-health activiteiten zichtbaar te kunnen maken in het DBC-systeem wordt de zorgactiviteit teleconsult in de RZ13a opgenomen. Daarnaast is DBC-Onderhoud een onderzoek gestart naar de mogelijke knelpunten in de bekostiging van E-health. De resultaten hiervan komen medio 2012 beschikbaar.

  • Tot wanneer is er sprake van onderlinge dienstverlening en wanneer kan er gesproken worden van eendefinitieve overname door een andere instelling/behandelaar?

    Bovengenoemde definities leiden tot de conclusie dat alleen sprake is van een definitieve overname als de behandeling voor de oorspronkelijkezorgvraag definitief wordt overgedragen aan een andere instelling/hoofdbehandelaar en patiënt ook niet meer terug komt voor deze zelfde zorgvraag.

  • Blijkbaar moet er voor rijbewijskeuringen nu een zorgactiviteit worden geregistreerd. De rijbewijskeuringen vallen toch helemaal buiten de DBC-registratie, want de cliënten ontvangen zelf een nota voor de rijbewijskeuring?

    Het klopt dat patiënten de rekening ontvangen van de rijbewijskeuring en dat dit dus buiten de zorgverzekeraar om gaat. Op basis van de wetgeving mag echter alleen een prestatie en dus een tarief in rekening worden gebracht als deze door de NZa is vastgesteld. Dit was voor rijbewijskeuring door internisten nog niet het geval.