| |

Beroepsbelangen |
| 05/04/2010 |
| |
Generieke korting De rechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) heeft op 27 januari jl. beslist dat er geen reden is de generieke korting van 12,7% van de specialisten honoraria nu onrechtmatig te verklaren. De uitspraak van het CBB biedt bij nadere bestudering een aantal aanknopingspunten die van belang zijn in de hangende bezwaarprocedure bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De rechter heeft een aantal zwaarwegende adviezen gegeven aan de Nza. Met name heeft de rechter gesteld dat de korting onderbouwd dient te worden met geactualiseerde cijfers uitgesplitst naar specialisme.
Woensdagmiddag 10 februari jl. was er een hoorzitting bij de NZa in de lopende bezwaarprocedure over de tariefmaatregelen. Tijdens deze hoorzitting stelde de NZa de Orde en enkele wetenschappelijke verenigingen in staat om hun bezwaren kenbaar te maken tegen de gestelde omvang van het overschrijdingsbedrag en de wijze waarop de NZa dit generiek in de tarieven heeft verwerkt. Tijdens de hoorzitting heeft de NZa aangegeven dat er een technisch overleg zal komen om alsnog naar de mogelijkheden voor differentiatie van de korting op de honoraria te onderzoeken. Hiermee volgt de NZa het advies van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) op.
Stand van zaken opschorten DOT Op 2 februari 2010 heeft de Orde van Medisch Specialisten een Algemene Ledenvergadering gehouden waar eventuele acties met betrekking tot de generieke korting van 12,7 % door minister Klink en de Nederlandse Zorgautoriteit opgelegd zijn besproken. De Nederlandsche Internisten Vereeniging (NIV) heeft in deze vergadering voorgesteld om de medewerking aan het DOT-traject (DBC Op weg naar Transparantie) op te schorten. Tijdens de vergadering is hierover geen beslissing genomen. De Orde van Medisch Specialisten heeft vervolgens naar aanleiding van een brief van de NIV bij de wetenschappelijke verenigingen geïnventariseerd hoe zij staan tegenover het eventueel opschorten van de medewerking aan DOT. Na inventarisatie blijkt dat de meerderheid van de wetenschappelijke verenigingen door wil gaan met DOT. Enkele redenen die hiervoor aangedragen zijn: het niet meewerken aan de herallocatie brengt een te groot risico met zich mee, DOT staat los van de huidige kortingsmaatregelen van de Minister, alle medewerking opschorten zal niets oplossen. Slechts enkele wetenschappelijke verenigingen geven expliciet aan alle medewerking te willen opschorten. Ondanks onze bezwaren zullen ook wij voorlopig door gaan met DOT en starten met de herallocatie van de normtijden. Wij zullen in de tussentijd natuurlijk onze bezwaren tegen DOT blijven uiten. Marjolijn Verstegen, beleidsadviseur beroepsbelangen Jan Derksen, voorzitter Beroepsbelangen Commissie |
|
|
|