Programma:
In samenwerking met NVIAG heeft de NIV een reeks van 10 compacte e-learningmodules ontwikkeld over veelvoorkomende acute ziektebeelden. Deze e-learningreeks is bij uitstek geschikt voor beginnende of terugkerende arts-assistenten (AIOS en ANIOS) die op de SEH of tijdens de dienst te maken krijgen met de acuut zieke interne patiënt. Bereid je optimaal voor met onze gratis digitale e-learningmodules!
Wat kun je verwachten?
- Praktische uitleg per onderwerp in 20-40 minuten
- Interactieve multiplechoicevragen na elke module
- Direct een certificaat voor je portfolio
Onderwerpen en leerdoelen
1. Hypertensief spoedgeval
- Het herkennen van acute eindorgaanschade ten gevolge van hypertensie
- Het kennen en kiezen van de juiste diagnostiek en behandeling van hypertensie in de acute setting.
2. Intoxicaties
- Het herkennen van de geïntoxiceerde patiënt in de acute setting.
- Het kunnen opvangen en behandelen van de geïntoxiceerde patiënt op de SEH.
3. Hyponatriëmie
- Kennis over de analyse van een hyponatriëmie.
- Het behandelen van de onderliggende oorzaak van de hyponatriëmie.
4. Anafylaxie
- Het herkennen van anafylaxie.
- Het kunnen opvangen en behandelen van een patiënt met anafylaxie.
5. DVT en longembolie
- Het kiezen van de juiste diagnostiek bij een patient verdacht voor een diepe veneuze trombose of een longembolie.
- Het kunnen opvangen en behandelen van een patiënt met een DVT en/ of een longembolie.
6. Acute nierinsufficiëntie
- Kennis over de pathofysiologie van en diagnostiek bij een acute nierinsufficiëntie.
- Het kunnen opvangen en behandelen van een patiënt met een acute nierinsufficiëntie.
7. Sepsis
- Het herkennen van sepsis.
- Het kunnen opvangen en behandelen van een patiënt met sepsis.
8. Delier
- Kennis over de pathofysiologie van een delier.
- Het herkennen van een delier in de klinische setting.
- Kennis over de behandeling van een delier en de valkuilen daarbij.
9. Coma
- Het kunnen opvangen en behandelen van de patiënt met een verlaagd bewustzijn in de acute setting.
10. DKA en HHS
- Kennis over de pathofysiologie van de diabetische ketoacidose (DKA) en het hyperosmolair hyperglycemisch syndroom (HHS) en het verschil tussen de twee ziektebeelden.
- Kennis over de behandeling van DKA en HHS, zowel bij de eerste opvang als in de eerste 12-24u na presentatie.